top of page
Zoeken

Ongemotiveerde jongeren? Kijk ook naar de verbondenheid

13 okt
6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 14 okt


Waarom het gevoel erbij te horen meer aandacht verdient in onze begeleiding van jongeren.


Een jongere die nauwelijks deelneemt aan groepsactiviteiten. Een leerling die zich steeds meer terugtrekt. Iemand die weinig initiatief toont, snel geïrriteerd reageert of duidelijk geen zin heeft om mee te doen.


Herkenbaar?


Als begeleider, leerkracht of jeugdwerker willen we begrijpen wat er aan de hand is. We stellen ons vragen over de motivatie, het zelfvertrouwen of de sociale vaardigheden van die jongere.


Logisch. We willen helpen.


Maar misschien vergeten we soms een andere, minstens even belangrijke vraag:


Voelt deze jongere zich hier eigenlijk wel thuis?


Waarom verbondenheid bij jongeren zo belangrijk is


We kennen allemaal het gevoel.


Je komt ergens binnen en merkt meteen dat je welkom bent. Iemand begroet je, er wordt interesse getoond en je voelt dat je jezelf kunt zijn.


Maar we kennen wellicht ook het tegenovergestelde.


Je komt ergens binnen en weet niet goed waar je moet gaan zitten. Niemand spreekt je aan. Je twijfelt of je iets zult zeggen, want je weet niet hoe anderen zullen reageren.


Dat gevoel kan behoorlijk wat energie kosten.


Voor jongeren, die volop bezig zijn met hun identiteit en hun plaats tussen anderen, kan het gevoel erbij te horen bijzonder belangrijk zijn.


Onderzoekers spreken over school belonging: het gevoel dat je geaccepteerd, gerespecteerd en gewaardeerd wordt en deel uitmaakt van de schoolgemeenschap.


Het gaat dus niet alleen over vrienden hebben.


Het gaat ook over het gevoel:

  • Ik mag hier mezelf zijn.

  • Mijn aanwezigheid doet ertoe.

  • Er zijn mensen bij wie ik terechtkan.

  • Ik kan iets bijdragen aan deze groep.

  • Ik hoef niet voortdurend bang te zijn om afgewezen te worden.


Erbij horen betekent niet dat iedereen je beste vriend moet zijn. Wel dat je ervaart dat er ook voor jou een plek is.


Wat vertelt onderzoek ons over verbondenheid?


Het belang van verbondenheid is niet nieuw. Binnen de zelfdeterminatietheorie wordt verbondenheid, naast autonomie en competentie, al langer beschouwd als een psychologische basisbehoefte.


Recent onderzoek maakt duidelijk hoe relevant dat gevoel van verbondenheid is in de schoolcontext. In september 2026 verscheen in Contemporary Educational Psychology een internationale studie op basis van gegevens van 43.686 leerlingen uit 1.453 scholen.


De onderzoekers keken naar de relatie tussen het gevoel erbij te horen, individuele sociaal-emotionele vaardigheden en kenmerken van de groep.


Een interessante bevinding: het gevoel erbij te horen hangt niet alleen samen met eigenschappen van de individuele leerling. Ook het sociale klimaat onder leeftijdsgenoten speelt een belangrijke rol.


Met andere woorden: verbondenheid is niet uitsluitend iets wat een jongere zelf moet ontwikkelen. Het ontstaat ook in de interactie met anderen.


Een recente wetenschappelijke literatuurstudie van Monash University benadrukt daarnaast het belang van dagelijkse ervaringen: zorgzame relaties met volwassenen, respectvolle omgang tussen leerlingen en kansen om betekenisvol bij te dragen.


Onderzoek laat bovendien verbanden zien tussen schoolverbondenheid en het mentale welzijn van jongeren.


Dat betekent niet dat een sterk groepsgevoel automatisch psychische problemen voorkomt of dat een jongere die zich buitengesloten voelt daardoor noodzakelijk minder gemotiveerd zal zijn.


Maar het geeft ons wel een belangrijke reden om verbondenheid serieus te nemen.


Zijn we soms te druk bezig met jongeren te veranderen?


Wat mij bezighoudt, is hoe snel we in begeleiding geneigd zijn om naar de individuele jongere te kijken.


Een jongere die niet meewerkt, moet gemotiveerd worden.


Een jongere die zich terugtrekt, moet meer zelfvertrouwen ontwikkelen.


Een jongere die moeilijk aansluiting vindt, moet misschien aan diens sociale vaardigheden werken.


Individuele begeleiding kan bijzonder waardevol zijn. Jongeren helpen om zichzelf beter te begrijpen, vaardigheden te ontwikkelen en sterker in hun schoenen te staan, is belangrijk werk.


Maar ik vraag me af of we daarmee soms niet een stukje van de puzzel missen.


Wat als het probleem niet alleen bij de jongere ligt, maar ook bij de omgeving waarin we verwachten dat die jongere verandert?


Stel dat een jongere weinig initiatief neemt tijdens groepsactiviteiten.


We kunnen die jongere aanmoedigen om actiever deel te nemen. We kunnen werken aan zelfvertrouwen, sociale vaardigheden of motivatie.


Maar wat als die jongere in het verleden verschillende keren werd uitgelachen?


Wat als enkele dominante groepsleden bepalen wie erbij hoort?


Of wat als die jongere zich simpelweg niet veilig genoeg voelt om zichzelf te laten zien?


Dan kunnen we blijven werken aan het zelfvertrouwen van die ene jongere, terwijl de groepsdynamiek die onzekerheid misschien telkens opnieuw versterkt.


Dat is voor mij een belangrijk aandachtspunt in begeleiding.


We kunnen jongeren leren om sterker in hun schoenen te staan. Maar we mogen ons ook afvragen waarom ze in sommige omgevingen voortdurend op hun tenen moeten lopen.


Dat betekent niet dat jongeren geen verantwoordelijkheid dragen voor hun gedrag. Of dat we alles moeten verklaren vanuit de groep.


Wel dat gedrag altijd plaatsvindt binnen een context.


En dat we die context soms actiever mogen betrekken bij onze begeleiding.


Misschien moeten we daarom naast de vraag “Hoe help ik deze jongere veranderen?” wat vaker een andere vraag stellen:


“Wat kunnen wij in deze omgeving veranderen, zodat deze jongere meer ruimte krijgt om te groeien?”


Verbondenheid creëer je niet met één teambuilding


Wanneer we het over groepsverbondenheid hebben, denken we al snel aan kennismakingsspelletjes, groepsactiviteiten of een teambuilding.


En terecht. Zulke activiteiten kunnen helpen om jongeren met elkaar in contact te brengen.


Maar een fijne groepsactiviteit maakt nog geen veilige groep.


Een jongere kan tijdens een teambuilding enthousiast meedoen en zich de volgende dag opnieuw buitengesloten voelen.


Verbondenheid groeit ook in de kleine, dagelijkse momenten.


In hoe we elkaar begroeten.


In wie het woord krijgt.


In hoe we reageren wanneer iemand een fout maakt.


In de manier waarop we omgaan met verschillen.


In wat we doen wanneer iemand wordt uitgelachen of buitengesloten.


En misschien vooral in de vraag of jongeren ervaren dat ze ertoe doen, ook wanneer ze niet de luidste, grappigste of meest succesvolle persoon van de groep zijn.


Een positieve groepssfeer is geen activiteit op de planning. Het is iets waaraan we iedere dag opnieuw bouwen.


Vijf vragen die je morgen kunt meenemen


Misschien hoeven we niet meteen een nieuwe methodiek te zoeken.


We kunnen beginnen met anders kijken en luisteren.


1. Wie staat er vaak aan de rand van de groep?


Niet iedereen die stil is, voelt zich buitengesloten. Sommige jongeren vinden het prima om wat meer op zichzelf te zijn.


Maar het kan interessant zijn om te onderzoeken of dat een bewuste keuze is, of dat iemand eigenlijk graag meer aansluiting zou vinden.


2. Wie bepaalt de ongeschreven regels?


In iedere groep ontstaan normen.


Wie mag grapjes maken? Wie wordt serieus genomen? Wat gebeurt er wanneer iemand anders denkt of zich anders gedraagt?


Die ongeschreven regels bepalen mee hoeveel ruimte jongeren ervaren om zichzelf te zijn.


3. Wanneer krijgt iedere jongere de kans om iets bij te dragen?


Erbij horen gaat niet alleen over geaccepteerd worden, maar ook over betekenisvol kunnen deelnemen.


Welke talenten blijven misschien onzichtbaar omdat steeds dezelfde jongeren het voortouw nemen?


4. Hoe reageren we op uitsluiting?


Niet elke kwetsende opmerking vraagt dezelfde aanpak. Maar wanneer uitsluiting structureel wordt genegeerd, kan dat een duidelijke boodschap geven over wat binnen de groep blijkbaar aanvaardbaar is.


5. Hebben we het de jongere zelf al gevraagd?


We kunnen veel observeren en analyseren, maar uiteindelijk weten we pas hoe iemand de groep ervaart wanneer we daar oprecht nieuwsgierig naar zijn.


Bijvoorbeeld:

“Hoe is het eigenlijk voor jou om in deze groep te zitten?”

“Bij wie voel jij je hier het meest op je gemak?”

“Wat zou deze groep voor jou een fijnere plek maken?”


En vervolgens: luisteren zonder onmiddellijk oplossingen aan te dragen.


Een plek waar je mag groeien


Ik geloof sterk in de mogelijkheden van jongeren om te groeien, keuzes te maken en verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen leven.


Maar ik geloof evengoed dat we de invloed van hun omgeving niet mogen onderschatten.


Een jongere kan nog zoveel talenten hebben. Als die voortdurend het gevoel krijgt er niet bij te horen, kan het bijzonder moeilijk worden om die talenten te laten zien.


Daarom vind ik het belangrijk om in begeleiding niet alleen aandacht te hebben voor het individu, maar ook voor de relaties en de groepen waarvan die deel uitmaakt.


Niet elke jongere hoeft de meest sociale persoon van de groep te worden.


Niet iedereen hoeft voortdurend mee te doen.


En niet iedere jongere hoeft zich op dezelfde manier te ontwikkelen.


Maar iedereen verdient wel de kans om zich gezien, gewaardeerd en welkom te voelen.


Misschien is dat ook een mooie opdracht voor ons als begeleiders.


Niet alleen jongeren helpen om hun plek te vinden.


Maar ook mee bouwen aan plekken waar jongeren zichzelf kunnen zijn.



Werken aan een groep waarin iedereen zich gezien voelt?


Een positieve groepssfeer ontstaat niet vanzelf. Soms loopt het goed, soms merk je dat bepaalde jongeren afhaken, weinig aansluiting vinden of dat de dynamiek binnen de groep moeilijk loopt.


Met Youthcoaching ondersteun ik scholen, jeugdwerkingen en organisaties bij het versterken van groepsverbondenheid, weerbaarheid en een positieve groepssfeer.


Dat doe ik via interactieve workshops en begeleiding op maat, waarbij jongeren niet alleen praten over verbinding, maar die ook daadwerkelijk ervaren.


Wil je samen bekijken wat jouw klas of groep nodig heeft?


Neem gerust contact op. Ik denk graag met je mee over een aanpak die aansluit bij jullie jongeren en werking.


Een jongere die zich niet echt verbonden voelt met de groep staat afzijdig toe te kijken.

Bronnen en verder lezen

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page