Je kunt heel gemotiveerd zijn en toch niet goed in je vel zitten
Waarom we jongeren niet alleen moeten vragen hoeveel motivatie ze hebben, maar vooral waar die motivatie vandaan komt.
Stel je twee jongeren voor. Noor studeert bijna iedere avond. Ze wil graag slagen voor haar opleiding, vindt sommige vakken bijzonder interessant en heeft een duidelijk beeld van wat ze later wil doen.
Milan studeert minstens even hard. Hij haalt goede punten, maakt zijn taken op tijd en lijkt bijzonder gedreven. Maar hij doet het vooral omdat hij bang is om zijn ouders teleur te stellen. Een slecht resultaat voelt voor hem niet als een tegenvaller, maar als een persoonlijk falen.
Van buitenaf zien we twee gemotiveerde jongeren. Maar vanbinnen kan hun ervaring helemaal anders zijn. En dat brengt me bij een vraag die ik als coach bijzonder interessant vind: is het voldoende dat een jongere gemotiveerd is, of moeten we ons ook afvragen waar die motivatie vandaan komt?
Noor en Milan zijn fictieve voorbeelden om verschillende vormen van motivatie te verduidelijken.
Niet alle motivatie is dezelfde motivatie
Wanneer we over motivatie praten, denken we vaak in termen van veel of weinig. Een jongere die initiatief neemt, goed presteert of enthousiast meewerkt, noemen we gemotiveerd. Een jongere die taken uitstelt, weinig interesse toont of moeilijk in beweging komt, krijgt al snel het etiket ongemotiveerd.
Maar motivatie is veel complexer dan dat. Binnen de zelfdeterminatietheorie maken onderzoekers onder andere een onderscheid tussen autonome en gecontroleerde motivatie.
Bij autonome motivatie doe je iets omdat je het interessant vindt, omdat je er plezier aan beleeft of omdat je het persoonlijk belangrijk vindt. Bij gecontroleerde motivatie doe je iets omdat je druk ervaart. Die druk kan van buitenaf komen, bijvoorbeeld door verwachtingen, beloningen of straf. Maar ze kan ook van binnenuit komen, bijvoorbeeld door schuldgevoelens, schaamte of de angst om niet goed genoeg te zijn.
Daarnaast bestaat er ook amotivatie: het gevoel dat je niet goed weet waarom je iets zou doen, of dat je inspanningen toch weinig verschil maken.
Belangrijk daarbij is dat motivatie niet zomaar in twee aparte vakjes past. Een jongere kan tegelijk verschillende redenen hebben om iets te doen. Je kunt bijvoorbeeld graag voetballen én bang zijn om je trainer teleur te stellen. Of je opleiding belangrijk vinden én voortdurend het gevoel hebben dat je moet bewijzen dat je goed genoeg bent.
De vraag is dus niet alleen hoeveel motivatie iemand heeft, maar ook welke vormen van motivatie een rol spelen.
Wat zegt recent onderzoek over motivatie en welzijn?
In september 2026 verscheen een onderzoek in het European Journal of Psychology of Education. De onderzoekers bestudeerden de studiemotivatie van 931 hogeschool- en universiteitsstudenten. Ze onderzochten hoe verschillende motivatieprofielen samenhangen met mentale gezondheid, welzijn en ervaren sociale steun.
Ze identificeerden vijf motivatieprofielen, gebaseerd op verschillende combinaties van autonome motivatie, gecontroleerde motivatie en amotivatie. Een belangrijke bevinding was dat studenten met motivatieprofielen van lagere kwaliteit gemiddeld ook minder gunstige uitkomsten op het vlak van mentale gezondheid rapporteerden.
Daarnaast bleek dat het ervaren van meer sociale steun samenhing met een grotere kans op een motivatieprofiel van hogere kwaliteit. Dat suggereert dat we niet alleen moeten kijken naar hoeveel inspanning jongeren leveren, maar ook naar de redenen achter die inspanning en naar de steun die ze in hun omgeving ervaren.
Hierbij is enige nuance belangrijk. Het onderzoek gaat over studenten in het hoger onderwijs. We kunnen de resultaten dus niet zomaar veralgemenen naar alle jongeren. Maar ze sluiten wel aan bij een bredere wetenschappelijke kijk op motivatie.
Zijn we soms te snel tevreden wanneer jongeren goed presteren?
Wat mij bezighoudt, is hoe gemakkelijk we motivatie verwarren met zichtbaar gedrag. Een jongere die hard werkt, veel initiatief neemt of goede resultaten behaalt, stelt ons meestal gerust. We zien iemand die vooruitgaat, verantwoordelijkheid neemt en het blijkbaar goed doet. Maar weten we eigenlijk wat er achter die inzet schuilgaat?
Misschien werkt die jongere vanuit nieuwsgierigheid, enthousiasme of persoonlijke ambitie. Maar misschien speelt ook de angst mee om te falen, anderen teleur te stellen of niet aan verwachtingen te voldoen. Van buitenaf kan dat gedrag er precies hetzelfde uitzien, terwijl de beleving van de jongere sterk verschilt.
Dat betekent natuurlijk niet dat hard werken of ambitie problematisch zijn. Integendeel. Jongeren mogen doelen hebben, uitdagingen aangaan en leren doorzetten wanneer iets moeilijk wordt. Maar ik denk dat we soms een belangrijke vraag vergeten: doet deze jongere dit omdat die het zelf wil, of vooral omdat die het gevoel heeft dat het moet?
En misschien nog belangrijker: hoe voelt die jongere zich daarbij?
Motivatie groeit niet los van de omgeving
De zelfdeterminatietheorie beschrijft drie psychologische basisbehoeften die belangrijk zijn voor motivatie en welzijn: autonomie, competentie en verbondenheid.
Autonomie betekent dat je ervaart dat je invloed hebt op je keuzes en dat wat je doet voor jou betekenis heeft. Competentie gaat over het gevoel dat je iets kunt leren, ergens beter in kunt worden en uitdagingen aankunt. Verbondenheid betekent dat je ervaart dat je erbij hoort, gewaardeerd wordt en op anderen kunt rekenen.
Wanneer we jongeren willen motiveren, focussen we vaak op hun gedrag. We proberen hen te overtuigen, aan te moedigen of duidelijke doelen te laten stellen. Maar misschien moeten we ons minstens even vaak afvragen hoe we hun omgeving kunnen vormgeven.
Krijgen jongeren ruimte om mee te beslissen? Begrijpen ze waarom iets belangrijk is? Mogen ze fouten maken zonder dat hun eigenwaarde meteen onder druk komt te staan? Ervaren ze dat ze ook gewaardeerd worden wanneer iets niet lukt? En voelen ze zich voldoende gesteund door de mensen rondom hen?
Motivatie ontstaat niet in een vacuüm. De manier waarop we met jongeren omgaan, kan mee bepalen vanuit welke motivatie ze handelen. Dat vind ik een bijzonder belangrijk inzicht voor iedereen die met jongeren werkt.
Van jongeren motiveren naar hun motivatie begrijpen
Binnen motiverende gespreksvoering proberen we niet simpelweg iemand te overtuigen om te veranderen. We zijn nieuwsgierig naar wat iemand belangrijk vindt, welke twijfels er spelen en welke redenen die persoon zelf heeft om stappen te zetten. Dat vraagt soms dat we onze eigen oplossingen even opzijzetten.
Stel dat een jongere vertelt dat die absoluut goede punten moet halen. We kunnen daarop reageren met complimenten over de inzet, maar we kunnen ook verder onderzoeken wat die goede punten voor de jongere betekenen.
Bijvoorbeeld:
Wat maakt die goede punten zo belangrijk voor jou?
Wat zou het voor jou betekenen als het eens wat minder goed gaat?
Van wie voel je vooral verwachtingen?
Wat vind je zelf waardevol aan deze opleiding?
Wanneer geeft studeren je voldoening, en wanneer vooral stress?
Het doel is niet om gecontroleerde motivatie meteen weg te nemen, maar om de jongere te helpen bewuster te worden van wat hem of haar drijft. Wanneer we begrijpen waarom iemand iets doet, kunnen we samen onderzoeken of die motivatie ook aansluit bij wat de jongere zelf belangrijk vindt.
Vijf vragen die je morgen kunt meenemen
Of je nu leerkracht, jeugdwerker, ouder of coach bent: je hoeft geen uitgebreide methodiek te gebruiken om anders naar motivatie te kijken. Misschien begint het al bij vijf eenvoudige vragen.
1. Wat maakt dit belangrijk voor jou?
Deze vraag helpt om de persoonlijke betekenis achter een doel te ontdekken.
2. Van wie moet dit eigenlijk?
Niet om verwachtingen van anderen af te wijzen, maar om te onderzoeken welke druk een jongere ervaart.
3. Wat zou jij zelf willen, als je even geen rekening moest houden met wat anderen verwachten?
Soms maakt deze vraag ruimte voor wensen die onder de oppervlakte zijn verdwenen.
4. Wanneer geeft dit je energie, en wanneer kost het je vooral energie?
Zo onderzoek je niet alleen het gedrag, maar ook hoe de jongere het beleeft.
5. Wat zou je helpen om hier meer je eigen keuze van te maken?
Deze vraag richt zich op autonomie en mogelijke volgende stappen.
Niet iedere vraag zal bij iedere jongere passen. En soms is luisteren zonder meteen een volgende vraag te stellen minstens even waardevol.
Niet alleen harder proberen, maar ook vrijer kunnen kiezen
Ik geloof sterk in het belang van motivatie. In jongeren die dromen hebben, initiatief nemen en verantwoordelijkheid leren dragen voor hun keuzes. Maar ik geloof ook dat we voorzichtig moeten zijn met een samenleving waarin motivatie vooral wordt afgemeten aan prestaties, waarin hard werken automatisch als positief wordt gezien en waarin we soms vergeten te vragen hoe iemand zich voelt achter al die inzet.
Een jongere die weinig initiatief neemt, heeft misschien ondersteuning nodig om opnieuw betekenis te vinden in wat die doet. Maar een jongere die voortdurend presteert, kan evengoed nood hebben aan ruimte om te ontdekken wat die zelf belangrijk vindt.
Misschien is onze opdracht als begeleiders niet om jongeren voortdurend méér te motiveren, maar om hen te helpen ontdekken wat hen écht in beweging brengt.
En daarom wil ik je graag één vraag meegeven:
Wanneer een jongere heel hard zijn best doet, vraag jij dan ook weleens waarom?
Werken aan motivatie die van binnenuit groeit?
Met Youthcoaching ondersteun ik jongeren en professionals bij vragen rond motivatie, zelfvertrouwen en persoonlijke groei.
Wil je onderzoeken hoe je in jouw klas, groep of organisatie meer ruimte kunt creëren voor autonomie, betrokkenheid en eigenaarschap? Neem gerust contact op. Ik denk graag met je mee.

Bronnen
De Raeymaecker, K., et al. (2026). Academic motivation in university students: how motivational profiles relate to mental health, wellbeing, and social support. European Journal of Psychology of Education, 41(3), artikel 106. https://doi.org/10.1007/s10212-026-01166-2
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2017). Self-Determination Theory: Basic Psychological Needs in Motivation, Development, and Wellness. Guilford Press.



Opmerkingen